Handige weetjes en feiten voor gebruikers van hulpmiddelen:

1. Uw behandelend verpleegkundige en u bepalen samen welk hulpmiddel het beste bij u past!

Denk hierbij niet alleen aan of het hulpmiddel goed werkt (bijvoorbeeld: voert het goed urine af?). Kijk samen ook goed naar uw dagelijkse bezigheden als werk, hobby’s en sporten. Deze bezigheden hebben invloed op de hulpmiddelen die u gaat gebruiken (bijvoorbeeld: kan ik het gemakkelijk en discreet meenemen, weggooien, zijn er extra accessoires nodig, etc.).

2. U heeft aanspraak op passende zorg!

Uw aanspraak is vastgelegd in de Zorgverzekeringswet en uw zorgverzekeraar heeft dus de verplichting om ’verantwoorde en adequate’ zorg (passende zorg) te vergoeden.

3. Passende zorg kan in de loop der tijd veranderen!

In veel gevallen verandert er wat in het leven de hulpmiddelen gebruiker; men wordt dikker/dunner, wonden genezen, functies verslechteren / verbeteren etc; en men wordt weer actiever, gaat naar buiten, terug naar werk, weer op de kleinkinderen passen etc. Of het blijkt dat het geindiceerde hulpmiddel toch niet past bij u – klinisch, praktisch, of het past niet in uw dagelijkse leven.

In veel gevallen verandert er wat in uw leven als hulpmiddelen gebruiker; uw lichaam verandert, wonden genezen, functies verslechteren of verbeteren. Ook wordt u als gebruiker weer actiever. U gaat naar buiten, terug aan het werk en weer op de kleinkinderen passen. Of het blijkt dat het huidige hulpmiddel toch niet meer bij u past?

Het kan zijn dat een ander hulpmiddel beter bij u past. Schroom niet om dit met uw behandelend verpleegkundige te bespreken. Een passend hulpmiddel maakt immers een groot verschil in uw dagelijks leven!

4. Het Hulpmiddelenreglement van uw zorgverzekeraar geeft duidelijkheid over wat er wel en wat er niet vergoed wordt.

Raadpleeg dit altijd voordat u contact opneemt met eventuele vragen. En besef dat als er een medische indicatie is, er afgeweken kan worden van het reglement. In dat geval kan een verzoek aan de zorgverzekeraar worden gedaan om af te wijken.

5. Gebruikstermijnen en normverbruik in Hulpmiddelenreglementen zijn indicatief – niet maximaal.

Als uw behandelend verpleegkundige samen met u heeft bepaald dat er een gegronde reden is dat u meer moet gebruiken dan deze gebruikstermijn of normverbruik, dan heeft u daar aanspraak op. Raadpleeg altijd het hulpmiddelenreglement van uw zorgverzekeraar.

6. Voor de meeste zorgverzekeraars is er geen verschil meer in kosten tussen de verschillende merken hulpmiddelen.

Als uw zorgverzekeraar cluster- of dagprijsvergoedingen hanteert, liggen de kosten van hulpmiddelenzorg vast per cluster of categorie. Dit betekent dat er voor de vergoeding door de zorgverzekeraar geen verschil zit in welk merk u gebruikt. In het geval van clusterprijzen kan het nog een verschil maken voor de zorgverzekeraar hoeveel producten u gebruikt, want alle producten worden per stuk vergoed. In het geval van dagprijsvergoeding maakt zelfs dat niet uit voor de kosten van de zorgverzekeraar.

7. Op het afschrift van uw zorgverzekeraar ziet u wat uw hulpmiddelen kosten.

Op het afschrift staan de vergoedingen vermeld die voortkomen uit de contracten tussen uw zorgverzekeraar en uw leverancier. De kosten op het overzicht zijn dus in de meeste gevallen vaste vergoedingen, los van het merk dat u gebruikt.